Wat het actuele wetenschappelijke debat betekent voor jouw praktijk
Op sociale media ging het er de afgelopen maanden stevig aan toe. Een groep van 39 internationale onderzoekers publiceerde begin 2026 een artikel met de krachtige titel Why the Polyvagal Theory is Untenable. Prompt verschenen overal berichten dat de polyvagaaltheorie eindelijk “afgeschreven” was. Dat leidde tot de nodige twijfel onder therapeuten, en ook in de behandelkamer werden er vragen gesteld.
Dus, tijd om even rustig adem te halen, hoe toepasselijk, en te kijken wat er werkelijk aan de hand is.
Waar gaat de polyvagaal theorie ook alweer over?
Stephen Porges introduceerde de theorie in 1994. Zijn centrale idee was dat het autonome zenuwstelsel geen simpel gaspedaal-rempedaal-systeem is, maar drie lagen kent die evolutionair op elkaar zijn gestapeld. De jongste laag, het ventrale vagale systeem, is betrokken bij sociale betrokkenheid, rust en herstel. Het is de laag die actief is tijdens een ontspannen gesprek, bij oogcontact of wanneer een warme stem je op je gemak stelt. Daarna komt het sympathische systeem, de bekende vecht-of-vluchtreactie. En ten slotte de oudste laag: het dorsale vagale systeem, verantwoordelijk voor terugtrekken, bevriezen en shutdown.
De nervus vagus, de tiende hersenzenuw, de langste en meest vertakte van allemaal, speelt in alle drie de lagen een hoofdrol. Porges ontdekte dat deze zenuw niet één geheel is, maar twee anatomisch verschillende banen heeft met elk hun eigen functie en hersenstamkern. Dat inzicht was nieuw, en het vormde de basis voor een theorie die sindsdien de klinische wereld heeft veranderd.
Wat is er dan precies aan de hand?
In 2025 publiceerde Porges een uitgebreid overzichtsartikel in Clinical Neuropsychiatry waarin hij de theorie na dertig jaar tegen het licht houdt, kritiek beantwoordt en toekomstrichtingen schetst. Als directe reactie daarop publiceerde een groep onderzoekers onder leiding van Paul Grossman hun kritische evaluatie.
Hun bezwaren richten zich op drie punten: de evolutionaire claims zouden te weinig onderbouwing hebben, de anatomische grens tussen de dorsale en ventrale vagale banen zou minder scherp zijn dan de theorie veronderstelt, en RSA (respiratoire sinusaritmie, de hartritme-variatie die samenhangt met ademhaling) zou geen betrouwbare maatstaf zijn voor vagale activiteit.
Dit zijn serieuze wetenschappelijke vragen, en ze verdienen serieuze aandacht. Maar “de theorie is untenable” is een andere conclusie dan “we hebben vragen over de precieze anatomie en meetmethoden.” Wie de oorspronkelijke teksten naast elkaar legt, ziet dat een deel van de kritiek een versie van de theorie bestrijdt die Porges zelf nooit zo heeft beschreven.
Een concreet voorbeeld: Grossman stelt dat niet-zoogdieren ook beschikken over snelwerkende vagale zenuwen, alsof dat de theorie onderuit haalt. Maar de PVT beweert nooit dat deze zenuwen exclusief voor zoogdieren zijn. Waar het om gaat, is de verschuiving van de hersenstamkern waaruit die banen ontspringen, de nucleus ambiguus, en de functionele koppeling die daarmee samenhangt met gezichtsexpressie, stem en gehoor. Dat is het evolutionaire verhaal van de theorie, en dát punt wordt niet geraakt.
Wat zegt Porges zelf?
In zijn 2025-artikel is Porges helder: de theorie is gegroeid van een neurologisch model naar een bredere klinische perspectiefwisseling. Het kernidee, dat veiligheid een biologische voorwaarde is voor verbinding, leren en herstel, staat stevig overeind. Nieuwe meetmethoden zoals weighted coherence bieden bovendien robuustere alternatieven voor RSA, zodat de kritiek op dat meetinstrument de theorie zelf niet raakt.
Porges pleit in het artikel ook voor wat hij een science of safety noemt: een benadering van zorg, onderwijs en instituties waarbij fysiologische veiligheid als uitgangspunt dient, een neurobiologisch fundament dus.
En wat heeft dit met craniosacraal therapie te maken?
Het goede nieuws is: meer dan je misschien denkt.

De nervus vagus verlaat de schedel via het foramen jugulare, samen met de negende en elfde hersenzenuw. Dit foramen ligt direct naast de sutura occipitomastoidea, een van de structuren waar we als cranio therapeuten regelmatig mee werken. Spanning in de suboccipitale regio (het OAA), beperkte mobiliteit van het os occipitale of compressie rondom de schedelbasis? Dat zijn precies de structuren die de vrije werking van de nervus vagus kunnen beïnvloeden. De anatomie als basis!
Daarnaast is het therapeutisch contact zelf polyvagaal relevant. Een rustige, afgestemde aanwezigheid, zachte aanraking, neutraliteit en volledige aandacht. Dit zijn precies de signalen die het ventrale vagale systeem herkent als veiligheid. Porges noemt dit co-regulatie: het onbewuste afstemmen van het ene zenuwstelsel op het andere. In een goede cranio sessie gebeurt dit continu. Jij als therapeut bent, neurobiologisch gezien, een actieve therapeutische co-regulerende factor, niet alleen je handen.
Tot slot is er de ladder, een goede metafoor voor cliënten om te leren begrijpen wat dis-regulatie is. Hoe ze kunnen herkennen waar ze op de ladder zijn en wat ze nodig hebben om weer de ladder weer op te komen; lees: weer gereguleerd te zijn. Voor ons als cranio therapeuten helpt de ladder om waar te nemen en in het weefsel te voelen of cliënten in een SER sessie voldoende gereguleerd blijven. Het maakt Porges theorie juist zo bruikbaar in de praktijk.
Wat betekent dit voor jou in de praktijk?
Kort gezegd: ga gewoon door.
De discussie over de polyvagaal theorie gaat over de precieze anatomie van vagale banen en de betrouwbaarheid van meetinstrumenten. Die discussie is waardevol en zal de wetenschap verder helpen. Ze verandert niets aan de klinische realiteit die jij dagelijks ziet: mensen die in een cranio sessie kunnen ontspannen, dieper kunnen ademen, contact kunnen maken met hun lichaam in plaats van voortdurend in een chronische staat van paraatheid of terugtrekking te verkeren.
De principes waarop je werkt, fysiologische veiligheid als voorwaarde voor herstel, de relatie tussen structuur en autonome functie, het belang van een gereguleerd zenuwstelsel bij de therapeut zelf, zijn robuust. Ze zijn niet afhankelijk van de vraag of één specifieke anatomische grens precies loopt waar Porges hem tekent.
En mocht een cliënt vragen of de polyvagaal theorie “afgeschreven” is? Dan kun je gerust antwoorden: nee. Kun je het model van de ladder blijven gebruiken? Jazeker. De polyvagaal theorie is onderwerp in een wetenschappelijk debat en of deze theorie uiteindelijk zal worden aangepast, dat zal de tijd leren. In praktische toepassing verandert er voorlopig niks.
Bronnen: Porges, S.W. (2025). Polyvagal Theory: Current Status, Clinical Applications, and Future Directions. Clinical Neuropsychiatry, 22(3), 169-184.
Grossman, P. et al. (2026). Why the Polyvagal Theory is Untenable. Clinical Neuropsychiatry, 23(1), 100-112.
Meer weten over de polyvagaal theorie en de toepassing in jouw praktijk? Volg de masterclass Trauma & regulatie 1.
Deze cursus is toegankelijk voor alle therapeuten die lichaamsgericht met cliënten willen werken.
Cranio and the Stress Trauma Response (alleen voor cranio therapeuten).
