Neuro-endocriene effecten

Neuro-endocriene effecten van viscerale manipulaties: een nieuwe laag in je klinisch werk

Viscerale manipulaties werken op meerdere niveaus tegelijk: direct mechanisch, neuraal en vasculair. Minder bekend — maar klinisch zeer relevant — is de neuro-endocriene werking. Via mechanoreceptoren in de orgaanwand beïnvloeden viscerale technieken direct de hormonale regulatie van het lichaam. Die effecten zijn aantoonbaar meetbaar tot vier tot zes weken na de behandeling.

De vraag is: stuur je daar bewust op, of is het een bijeffect van je behandeling?

Het mechanisme

Als je visceraal werkt, reageren organen op directe en indirecte manipulatie, op neurale prikkeling en op vasculaire interventies. Wat minder aandacht krijgt in de opleiding, is wat er daarna gebeurt. Mechanoreceptoren in de orgaanwand registreren de mechanische prikkel van jouw technieken en vertalen die naar een fysiologische respons — via het autonome zenuwstelsel naar het hormonale systeem. Dat is geen theoretisch model: het is de verklaring voor waarom sommige behandelingen weken later nog doorwerken, en andere niet.

De nervus vagus speelt daarin een centrale rol. Als belangrijkste parasympathische zenuw van het lichaam reguleert hij niet alleen de motoriek en sensibiliteit van de thoracale en abdominale organen, maar stuurt hij ook de afgifte van spijsverteringshormonen zoals gastrine, secretine en CCK. Via de verbindingen met de nervus glossopharyngeus en nervus trigeminus — en specifieke locaties zoals het foramen jugulare en de meatus acousticus externus — zijn er aangrijpingspunten die in de reguliere viscerale opleiding nauwelijks aan bod komen.

Wat nieuw is

In deze cursus leer je technieken die specifiek gericht zijn op die neuro-endocriene langetermijnwerking. Dat vraagt om precisie op locaties die buiten het gebruikelijke viscerale werkgebied vallen.

Neem de glandula parotis — de grote speekselklier voor het oor. Via de nervus glossopharyngeus en de hormonale cascade heeft de parotis een directe verbinding met het spijsverteringssysteem. Speeksel is niet alleen het begin van de spijsvertering: de parotisklier is ook een neuro-endocrien orgaan dat reageert op autonome prikkeling. Werken op de parotis is daarmee een indirecte ingang naar de regulatie van het hele spijsverteringskanaal.

Vergelijkbaar geldt dit voor de bijnieren. Via stimulerende interventies op de bijnierschors beïnvloed je de cortisolregulatie en de sympathische tonus — met effecten die ver buiten de buikholte reiken. En bij de alvleesklier en galblaas introduceert Bloemberg aanvullende technieken.

Ook in het bekende werkgebied zijn er nieuwe lagen. De antrum-pylorische zone en de pyloro-duodenale overgang zijn klassieke viscerale locaties — maar de specifieke technieken die Bloemberg inzet op de ampulla major en minor, de DJ-junction en het pacemakergebied van de maag zijn gericht op de neuro-endocriene regulatie, niet alleen op de mechanische mobiliteit.

Drie dagen, opgebouwd vanuit de fysiologie

Deze advanced viscerale cursus combineert uitgebreide anatomische en fysiologische theorie met directe praktijk. Elke techniek is ingebed in het mechanisme erachter: waarom werkt dit op deze locatie, wat is het fysiologische effect, en hoe vertaalt zich dat naar de klinische praktijk van jouw patiënt?

Aan bod komen onder andere:

  • De nervus vagus, nervus glossopharyngeus en nervus trigeminus — anatomie, fysiologie en gerichte interventies
  • Glandula parotis, oesofageale hiatus, curvatura minor van de maag
  • Antrum-pylorische en pyloro-duodenale overgang, ampulla major en minor
  • Alvleesklier en galblaas
  • Ileocaecale klep, darmkwabben dunne darm, dikke darm
  • Stimulatie van de bijnieren

 

Voor gevorderde viscerale therapeuten die hun behandelresultaten willen verankeren in de fysiologie — en die meer willen halen uit wat ze al kunnen.

Terug naar blog